Het is vandaag zomer, de zon schijnt, zwoele terrasavonden kondigen zich aan, het is slechts wachten op een uitnodiging, ook van mezelf, terwijl verdrink ik mij in boeken … Het is zo’n moment om mijn blog te vullen met melancholische zinnen vol verlangen naar …
Het voelt aan als een tijd. Een tijd om in toetsenborden te kruipen. Een tijd om op zoek te gaan naar woorden die het onvatbare willen vatten. De wereld is verwarrend, ja. Maar zou ik het echt anders willen?

De VDS'ers - instructoren én cursisten - zijn opgeklommen tot dé sterren van mijn leven, fonkelend, schitterend, stralend.
De voorbije week bonkte mijn hart van dankbaar geluk. De Vlaamse Dienst Speelpleinwerk heeft zich – samen met de Leuvense speelpleinwerkingen - naar het centrum van mijn engagementen gewrongen. De VDS’ers – instructoren én cursisten – zijn opgeklommen tot dé sterren van mijn leven, fonkelend, schitterend, stralend. Mijn hemel is het paradijs. Mijn hemel is één fel Licht. Ach, wat zou ik zonder? Elf briefjes naar elf mede-instructoren wachten om geschreven te worden. Elfmaal verwoorden wat een heerlijkheid het is, wat een zege. Groeien als mens, groeien als instructor, als jeugdwerker in het algemeen. jezelf en anderen tegenkomen. En zo intens genieten.
Terzelfdertijd bleken de voorbije dagen deel van de week waarin mijn politieke droom een nieuwe, ditmaal extra harde, klap kreeg. Ik ben fan Vande Frank. De visie Vande Frank lijkt de mijne. De politiek Vande Frank lijkt de politiek waarin ik geloof. Het staatsmanschap en de onderwijsplannen Vande Frank zitten diep verankerd in mijn dwaze tienerhart. “Hoe kan ze?” galmt het in mijn hoofd. “Waarom?” … Ik vind geen antwoord op mijn vragen. De verkiezingsnederlaag van 2007 kon ik kaderen, de bocht die de partij daarna leek te nemen, weg van waar ik mezelf positioneerde, begreep ik au fond ook wel. Maar dit? Ik slaag er al niet in het uit te leggen aan mezelf, hoe zou ik het dan ooit nog kunnen uitleggen aan de andere kiezers in dit land? Frank was in het reeds langgepasseerde 2004 de eerste man die me de woorden ‘zo wil ik ook worden’ ontlokte, ‘dat wil ik ook doen!’. Frank was het enige motief om tussen 2007 en vandaag aan boord van het sp.a-schip te blijven. Frank was mijn enige reden om Vlaams op sp.a te stemmen, het was de enige reden dat ik in Vlaams-Brabant de sp.a boven SLP en Groen! wilde positioneren. Pascal Smet is ook voor mij de meest geschikte Brussel-minister als de SP.a hem moet leveren. Maar Frank?! Ingrid Lieten vind ik geen slechte zaak. Maar Frank?! En ook Freya mag van mij opnieuw het voorplan kleuren. Maar Frank?!
STOP!
Mijn onbegrip versleepte twee weken geleden toen ik aan bovenstaande cursieve woorden begon mijn focus al, van het Genot naar de Teleurstelling. Halsstarrig blijf ik doorgaan. Halsstarrig blijf ik zoeken. She broke my heart. Ik wil het prevelen. Ik wil dat het dramatisch klinkt. Ik wil het geloven. En ik wil dat zij het voelt. Zij! CG. Zo blijf ik weigeren mijn politieke ziel en hart in een coma te doen verglijden. Hoe kan één gefrustreerde vrouw mijn geloof in sociaal-democratie zo’n uppercut verkopen? Hoe kan zij wat ik beschouwde als de kans op een revival van die partij die ik dan toch niet langer de mijne wens te noemen, vergooien? Hoe kan het dat ik dan toch nog medeplichtig zal zijn aan elk doemscénario wanneer ik weiger me bij de beslissing die mijn politieke hart brak neer te leggen? Hoe kan het dat ik riskeer beschuldigt te worden van selffulfilling prophecy. Want haar keuze massaal afkeuren zàl mijn voorspelling dat het de partij niet zal redden waarmaken. Is het misschien tijd dat ik mijn politieke hart en ziel in een coma durf laten verglijden? Dat ik mezelf loskoppel van de machine die me uit die politiek coma houdt?
STOP!
Twee jaar lang heb ik getast in het donker. Mijn politieke visie die ik achtereenvolgens en door elkaar met allerlei namen gaande van links-liberalisme tot christen-democratisch ecologisme heb benoemd was voor mezelf standvastiger dan ooit. Twee jaar lang heb ik vanuit de rode partij de andere gezocht. Twee jaar na het ontstaan van de eerste barst in mijn geloof in mijn partij, vijf jaar en een half na het begin van mijn lidmaatschap van de socialistische partij . anders hapert mijn partijgeloof. Mijn partijengeloof. Mijn geloof in politiek houdt stand.
STOP!
Ik heb mezelf de dure eed gezworen slecht aan politiek te doen wanneer ik dat op een eerlijke manier kon. De keuze die ik zo vreesde, de keuze tussen mijn naast elkaar bestaande passies – speelplein-VDS; toneel; politiek … Die keuze lijkt zich uiteindelijk zélf te maken. Ik vrees ze niet langer. De vaandel van democratie en eerlijkheid dragen binnen een partij, waar een regeerprogramma democratisch (en helaaslijk in mijn afwezigheid) wordt goedgekeurd, maar waar de keuze van de uitvoerders van dat gezamenlijk gesteund programma in handen ligt van één enkel iemand … met het gekende nefaste gevolg … ik kan het niet. Of juister: ik wíl het niet. Haar waarom verandert voor zover het mij inmiddels bekend is niets aan de zaak. Argumenten als “Frank maakte het te bont; er is een verschil tussen gelijk hebben en de andere daar ook van kunnen overtuigen” en “Vandenbroucke focust op doelgroepen, terwijl de Stevaert-Gennez-doctrine een (duurder) socialisme wil dat een directe impact heeft op iedereen” sterken me enkel in mijn overtuiging, net als de afwezigheid van Vandenbroucke op het krokodillentheekransje begin juli. Ik begrijp dat de partij nood heeft aan eensgezindheid. Ik weet dat ik haar die nu niet wil brengen. Na een te zwak generatiepact I en het uitblijven van een generatiepact II, na een JohanLievens-vakbondsaanvaring binnen animo na de verkiezingen van 2007, na de steun aan de staking vorige herfst toen de economische crisis zich nog aan het ontpoppen was, geeft uiteindelijk de politieke moord op mijn politiek idool en gedurende lange tijd mijn enige reden om lid te blijven de doorslag: ik wíl niet langer deel zijn van zo’n partij. Ik kan enkel hopen dat Pascal Smets beleid mijn ongelijk bewijst. Hopen, vanaan de zijlijn. Misschien blijkt het punt dat ik nu wil zetten – slechts drie brievan van mij verwijderd: één brief naar Frank Vandenbroucke met mijn bewondering, één brief naar Caroline Gennez met mijn lidkaart en mijn teleurstelling, en één brief naar animo met mijn lidkaart en mijn politieke dromen - misschien blijkt dat punt onder vijf jaar Geloven in één bepaald pad waarop ik mijn politieke visie wilde doen wandelen … misschien blijkt dat punt op een dag een komma …
STOP STOP STOP!
Genoeg. Zoals deze maand voor het eerst is voorgekomen. Zoals deze maand meermaals is voorgekomen. Ook nu: genoeg. Voor het eerst in mijn tienerleven lijkt er mij even genoeg gezegd over politiek.
Het is vandaag zomer, de zon schijnt, zwoele terrasavonden kondigen zich aan, het is slechts wachten op een uitnodiging, ook van mezelf, terwijl verdrink ik mij in boeken … Het is zo’n moment om mijn blog te vullen met melancholische zinnen vol verlangen naar …
Al drie weken lang zit ik in een never ending trip. Ik zet mijn hoofd klem tussen trapleuningen, loop een week in een marcelleke en draag sjorkoord-bretellen op een speelplein dat ik nog niet kende, ik huppel door het leven en zing van ‘speelplein Popu-liereh!’, ik heb nachtelijke gesprekken over T & I tot de zon en mijn glimlach weer opkomen, ik schrijf hartjesballonnen met complimenten, ik ontdek El Crème Glace Ques en word spontaan verliefd, ik reis naar Brussel voor een avondje Harry Potter met ‘Londerzeel’, ik voel me zelfzekerder dan ooit in de afgelopen vijf jaar, ik kweek ambities in de speelpleinwereld, ik dans fout, ik zing vals, ik lach … écht. en bovenal … I’m so deeply in love. Ik ben zo dol op elk van mijn Vrienden, dat het wel met die woorden gezegd dient.
Het is vandaag zomer, de zon schijnt, zwoele terrasavonden kondigen zich aan, het is slechts wachten op een uitnodiging, ook van mezelf, terwijl verdrink ik mij in boeken … Het is zo’n moment om mijn blog te vullen met melancholische zinnen vol verlangen naar … Méér.
