Allons enfants …
21 07 2008Allons enfants de la Patrie. Le jour de gloire est arrivé.
Eén jaar is het inmiddels geleden dat Yves Leterme uit volle borst de nieuwsuitzending van de RTBF (en later ook alle andere Belgische media) vol kweelde. Of het nu een wel erg flauwe mop betrof of een pure volksverwarring (Het Vlaamsche Volk, het Belgische, het Waalsche, het Fransche, die van den Duts – een mens zou van minder in de war raken als je net op dat volksgebeuren focust in je veel te uitgebreide gamma aan verkiezingsbeloften (de CD&V is in tegenstelling tot de sp.a geen partij die duidelijk omlijnde verkiezingsstandpunten kiest, maar alles wat te beloven valt, belooft om binnen die beloftes op bepaalde aspecten te focussen, zo lijkt het wel) Yves Letermes stem werd op 21 juli 2007 eindelijk in heel het land gehoord tijdens het zingen van een waar Volkslied. Dat hij gehoord werd maakte dat de Vlaamse droom – “het wordt tijd dat die Walen eens naar ons luistere” – alsnog uitkwam, zij het dan misschien niet geheel binnen het verwachte kader.
Ach, ik wijk af en al zijn we in de Belgische politiek inmiddels wat uitstel gewoon, dat mag mij nog niet in de verleiding brengen de inhoud van dit bericht te blijven uitstellen. Yves Leterme zong dus. En wat! Een waar Volkslied. En het Volk heeft hem gehoord.
“Laten we gaan, kinderen van het Vaderland” moet menig Vlaamsch en Franstalig politicus begrepen hebben uit de woorden van de toen nog toekomstige premier. “Laten we gaan. De dag van de glorie is aangebroken. Voor ons: les enfants de la patrie” En toen zijn ze ervoor gegaan. Als ware Kinderen van het Vaderland. Op een niet te vermijden kinderlijke manier. Pourquoi faire comme des grands, quand on peut aussi se disputer comme des enfants? Des enfants de la patrie. Die sinds die beruchte 21 juli 2007 wachten op hun jour de gloire. Die maar lijkt uit te blijven.
Of niet? Want al spreken Vlaamse peilingen dat inmiddels tegen, aan Vlaamse kant leken de partijen die het status quo in stand hield lange tijd hun glorie uit de stilstand te halen. “We geven geen duimbreed toe”, klinkt het dan. Vertaling: “We gaan geen duimbreed vooruit”.
Gelukkig vertelde Servais Verherstraeten (CD&V) me eergisteren via het één-Journaal dat er meer glorie is behaald door het kartel dan het status quo alleen. Het Vlaamsche kartel oogst namelijk al een hele tijd glorie op de wanprofeten van het Volk (en dat zijn voorlopig nog mijn woorden). In zijn eigen woorden klinkt dat zo: “Men zegt al 13 maanden hardop dat het kartel op uiteenvallen staat. Wel, het bestaat toch nog altijd?!” Mag ik bij deze een Groot Applaus vragen voor Servais en het kartel, want eindelijk lijkt de aap uit de mouw te komen (of de konijn uit zijn pijp, de drieënvijftigste troonopvolger uit de baarmoeder of de tsjeef uit de schoorsteen): al 13 maanden lang leggen CD&V en N-VA zich er onvoorwaardelijk op toe het kartel voor een splitsing te behoeden. Zo onvoorwaardelijk dat wanneer een eenvoudig lid – bijvoorbeeld ene Yves Leterme – probeert om andere prioriteiten naar voor te schuiven (zoals het creëren van een rationele staatshervorming of een onderbouwde dialoog) dat eenvoudige lid dan genadeloos wordt afgestraft door enkele andere eenvoudige leden van beide partijen.
Het is duidelijk, Servais, dat het kartel alle lof verdient voor het behouden van zichzelf. Alle lof. En verder geen. Voorlopig is het zelfbehoud haar grootste, maar ook enige verwezenlijking en ik hoop dan ook van harte dat de behoeders van het kartel zich er goed bij blijven voelen. Ik, als simpele partijloze jongen, durf mij echter afvragen of het niet beter zou zijn voor biede partijen en voor ons land, moesten ze de noodlottige worstelgreep waarin ze elkaar momenteel gevangen houden, lossen. Was ik een CD&V-stemmer of een aanhanger van de N-VA, ik zou – maar wie ben ik, beste Servais? – teleurgesteld zijn te moeten vaststellen dat de partij waarin ik geloof de verwezenlijking van haar politiek programma minder belangrijk acht dan het behoud van een schijnhuwelijk met partnergeweld. Natuurlijk ben ik mij ervan bewust dat zonder de N-VA de tweederdemeerderheid onder vuur komt te liggen, maar er zou tegelijkertijd ook eindelijk plaats zijn voor de rationele dialoog die tot nu toe wat achterwege is gebleven. Liever een gekunstelde twee-derde-meerderheid die tot een rationele staatshervorming raakt en daar effectief over kan stemmen. Dan een twee-derde-meerderheid die klaarzit om te stemmen over voorstellen die nooit door de onderhandelingsmolen raken doordat bepaalde partijen het debat blijven demagogiseren.
De N-VA heeft les grands gedwongen zich te gedragen comme des enfants (des patries differement). Verwijt ik haar dat? Neen, want het valt haar volgens mij niet te verwijten. De N-VA is een partij die haar eigen doelen nastreeft, met name de onafhankelijkheidsverklaring van de republiek Vlaanderen. Het zij zo. Ook als de partij beweert deze onderhandelingen te voeren volgens het samen met de CD&V gevormde programma (waarin van onafhankelijkheid geen sprake is) geeft mij dat echter de indruk dat het met zo’n partij aan tafel wel erg moeilijk onderhandelen is over een staatshervorming die optimaal bestuur binnen een Belgische context nastreeft. Terwijl alle partijen immers op zoek zijn naar een ideale oplossing heeft de N-VA net baat bij de minst ideale oplossing (waarvan de eerste ronde van de staatshervorming een perfect voorbeeld is: het verkeersbeleid wordt een nieuwe bevoegdheid verspreid over twee bevoegdheidsniveaus, waarvan een of andere Vlaams-Nationalistische partij binnen een jaar of vijf kan beweren dat zoiets toch echt nefast is om Goed Bestuur te garanderen. En gelijk zal ze nog hebben ook.).
Ik. Ik als eenvoudige partijloze jongen, wiens afkeer voor Leterme van een jaar geleden veranderd is in medelijden en wiens laagdunken voor minister Vervotte is veranderd in een grote bewondering, ik, ik hoop gewoon maar dat we op de volgende nationale feestdag weten waar we aantoe zijn.
Mogen les enfants de la patrie dan hun ware glorie oogsten. Mogen ze groot worden. En snel.
Vive la Belgique.
Vive l’Europe.
Et
Vive la Flandre.
Ik zeg niet langer dat ik een oplossing heb (al blijf ik mijn eigen idee van een Franstalige premier, de overheveling van vier faciliteitengemeenten in de rand rond Brussel, de uitdoving van alle andere faciliteitengemeenten van het land, de afschaffing van de Senaat en van het Waalse dubbelparlement, de splitsing van de kieskring BHV (gevolgd door de creatie van de kieskring Leuven-Halle-Vilvoorde) en een verdere dialoog met advies van een buitenlandse vergadering met leden uit verschillende landen met een federaal (of confederaal) bestuurssysteem waarin noch het Nederlands noch het Frans voertalen zijn).
Ik zeg niet langer dat Yves Leterme het niet aankan. (Hij heeft zijn fouten gemaakt, maar volgens mij waren dat er meer voor de verkiezingen dan erna.)
Ik zeg niet langer dat Milquet geweldig en onschuldig is. (Elle a fait des fautes.)
Maar ik zeg wel dat ik geloof dat of de samenstelling van de onderhandelende partijen, of de mentaliteit van de onderhandelaars moet veranderen voor we tot een goede oplossing zullen komen.
Allons les grands de la patrie …
Reacties : 3 Commentaar »
Categorieën : Uncategorized


Misschien moest ik maar eens durven kiezen.