Smelt.

10 10 2009

Ik sta hier zonder vacht
zelfs mijn badjas uitgedaan
Ik sta hier en ik wacht
op jou, tot jij
weer lacht
en nooit meer weg zult gaan.

Ik ril wanneer de eerste sneeuw
mijn huid bedekt
En niet zij, maar ik smelt.

Eenzaam
en van kou.
Smelt en smelt en
smelt ik weer.
“Het leven is slechts nevel.”
Dat heb jij me ooit verteld.
Smelt ik eenzaam.
En van kou.
Ik word vloeibaar.
Ik word jou.





maar één paar stappen in het zand

20 09 2009

Je trappelt. Je trappelt maar. Je trappelt, spartelt, schopt en zwemt. Dat kan je, want je bent sterk. Je moet wel. Want al dient de vermoeidheid zich steeds scherper aan – een pijnscheut in je spieren, water in je mond - je blijft trappelen. Je proest het binnengehapte water weer uit. Je blijft spartelen. Je moet. Het is zo gewild. Door wie? Waarom?

Ik heb zo van die momenten dat ik zoveel te doen lijk te hebben, dat ik niet weet waar te beginnen … En hoewel ik dan wel besef dat het het meest efficiënt is om gewoon ergens mee te beginnen, valt alles me dan zwaar … En dan word ik neerslachtig enzo … En dan begrijp ik niet goed wat het Waarom van de Dingen is … En dan vraag ik me af of die neerslachtigheid een puberteitsuitloper is …
of iets dat me voor de rest van m’n leven af en toe zal overvallen …

Ook aan sterke mensen gaat uiteindelijk de vermoeidheid vreten. Jij blijft trappelen. Jij houdt vol. Jij bent een doorzetter. Je zoekt. Naar dat randje om op te staan. Je hapt naar lucht. Je spartelt door. Het àlles verzwelgt je. Het dreigt op niets uit te draaien. Je zoekt naar die rand. Vind je hem ooit? Die verdomme verdomde rand!

Soms voel ik me echt zo’n … puber … op zoek naar houvast in het leven … Zou dat puberteit zijn, en dus iets dat overgaat, of zou het blijven duren?

Waarom moet het leven ook zoveel op een woeste oceaan lijken, en zo weinig op een zwembad?

Vroeger
Dacht ik dat het leven te complex was voor mij
Nu denk ik steeds vaker
Dat ik misschien te complex ben voor het leven …

“Laat mij je helpen!” roep je de anderen toe, al klinkt je stem zo ijl dat je niet zeker weet of je dat nu werkelijk zelf zei. Of je dat wel wilde zeggen. “Laat mij je helpen, hou vol!” Je bent nooit de enige drenkeling. Er zijn ook andere schepen die vergaan, met andere opvarenden. “Laat me je helpen! Samen raken we hier wel uit.” Terwijl hoor je jezelf denken – zonder twijfel of jij het nu wel zelf bent – ‘waar is verdomme de uitgang van deze kutzee?’

Ik zou liever deel van de wereldverbetering zijn … Dan deel van de afremming van de wereldverslechtering …
Soms heb ik het gevoel dat we over de top geboren zijn. Dat er verbetering is geweest … Maar dat we daar terug van afdwalen nu … Doordat onze westerse besvhaving stresserender wordt en de niet-westerse ofwel vijandiger ofwel armer …

Zie me hier nu spartelen? Twee uitgestoken handen. Als ik er fysiek toe in staat zou zijn ook nog tien uitgestoken tenen. Golf na golf overspoelt … ~ ”Ik word verzwolgen,” zeiden zijn ogen me, “verzwolgen door het leven”. Maar wat doe je eraan? – Zwemmen natuurlijk ~
Ik ben niet alleen neen. Maar zelfs steunend op de reddingsboeien van anderen … Het water blijft koud. Armen om me aan te warmen zijn er niet meer, wilden niet meer …

Mijn God, waarom hebt gij mij verlaten?

Hij ademde mijn lippen.
Ik was zijn deken in de nacht.
Mocht hij weer binnen glippen …

Is hij op wie ik wacht?

Op mijn lichaam rust nog zacht
van kus en geur de afdruk
ik staar telkens naar die deur
telkens ik mij afruk

Alsof hij slechts voor even
naar buiten was gegaan
Alsof hij op mijn hoogtepunt
weer voor die deur zou staan

Mocht hij maar binnen glippen
Werd hij mijn deken zacht
Ik gaf hem heel mijn lippen
Ik proefde al zijn pracht …

Alsof hij slechts voor even
Eén nacht …
werd dat nu maar m’n leven.

Was hij maar gebleven.

Spartelend voel je alle energie uit je wegstromen. Doe het toch rustig, jongen. Neem toch je tijd.
Drijvend kan je minder lasten met je meedragen. En dan? ik wil toch een goede Vriend zijn? Maar drijven is lichter. Drijven is zacht.

En toen?

En toen zoek ik naar het Waarom.
En op zo’n momenten voelt alles als een Zware Plicht.
Ik ben perfect in staat de verhalen van vijf boeken door elkaar te lezen … maar als ik geen overzicht meer zie over mijn to-do-list worden ook de boeken die ik aan het lezen ben een last ‘want die MOETEN uitraken’ … en zo wordt die to-do-list enkel groter. Enkel zwaarder.

Ik kan perfect van alles en iedereen houden. Maar ze maken het zo moeilijk te combineren.

 Neemt en drinkt hiervan gij alleen, want dit is mijn bloed …

Welke vader zou niet trots zijn op een zoon die droomt de wereld haar vrede weder te geven? De Onwetende?

Op een dag zal ik weg zijn en
wat dan? Verdwenen zonder een
teken te geven of te nemen en
het puin dat ik achterlaat is
niet langer lachwekkend.

Want wie zoals ik nooit heeft
gebouwen laat niets achter dan
verwachting en verwarring en
wat dan?

Wellicht in uw herinnering zal ik
stollen verstijven, niet lang meer
blijven maar verbleken tot verleden
en wat toen? Te doen?
‘Het was waar’ zult gij zeggen ‘hij speelde
met woorden als geen ander maar wat
heeft dat te betekenen.’ Zo bleek zal
ik zijn.

In u …

En wat dan…?

Ik weet het niet, Vader. Ik weet niet hoe of waar de rand van het zwembad te vinden om even – al was het maar heel heel even – te kunnen rusten.

“we zien alles te groots nu – terwijl het mss beter is dat iedereen het klein ziet én er dan ook effectief iets kan doen ipv het groots zien en machteloos zijn”

Ik heb je nodig, Vriend. Ik heb je nodig, Vriendin. Uur na uur, dag na dag. Ik heb je nodig. Want alleen word ik verzwolgen.

Ik droomde eens dat ik aan zee liep bij laag tij.
Ik was daar niet alleen, want God liep aan mijn zij.
We liepen samen het leven door
en lieten in het zand, een spoor
van stappen, twee aan twee
Want God liep aan mijn hand.

Ik stopte en keek achterom
en zag daar mijn levensloop
in tijden van geluk en vreugde
van diepe smart en hoop.
Maar als ik goed het spoor bekeek
zag ik langs heel de baan
daar waar het juist het moeilijkst was
maar één paar stappen staan.

Ik zei toen: “God, waarom dan toch?
Juist toen ik U nodig had?
Juist toen ik zelf geen uitkomst zag
op het zwaarste deel van mijn pad?

De Heer keek me toen vol liefde aan
en antwoordde op mijn vragen:
“Mijn lieve kind, toen ‘t moeilijk was,
toen heb ik jou gedragen.”

Bedankt. Écht bedankt. 





Heer

22 08 2009

HEER,

U aanspreken zoals ik nu doe is niet belachelijker dan mezelf aanspreken, niet dwazer dan een aanhef als ‘Lieve X’ gebruiken wanneer ik in feite met mijn woorden de lezende blik van méér mensen dan ‘Lieve X’ wil treffen. En toch. Het voelt belachelijker. Het voelt dwazer. Omdat U niet bestaat?

“Gelukkig zijn, is slechts een kwestie van gelukkig maken”, beweerde een jongere versie van mijn spiegelbeeld in een niet nader bepaald verleden stellig tegen mij, “het is een kwestie van de band die elke mens verbindt met andere mensen – een band van liefde – van die band voortdurend te hernieuwen, te eren.” Ik geloofde hem. Ik geloofde het. Als we de mening van ons spiegelbeeld al niet meer kunnen geloven, wat dan nog wel? Ik geloofde.

Ik geloofde in wat ik dan ‘Liefde’ wilde noemen. Gelukkig zijn, gelukkig maken.

Pas later ben ik in U gaan geloven.
Het is misschien juister te zeggen dat ik pas later ben gaan beseffen dat ik dat al deed. Ik geloofde al in U.

Of U nu een gefosilliseerde fantasie bent – een grote man met witte lange baard, naar wiens model de mens himself geschapen is (wat zou betekenen dat u één rib meer heeft dan wij) – dan wel een metafoor om de verlaten en eenzame mens de op moeilijke momenten de onwelkome diepere denkoefening wie of wat U bent te besparen. Of U nu werkelijk zoiets dwaas als een vingerknippende, met échtere dan échte lego-spelende oude mens bent, wiens fantasie even onuitgeput, als gedetailleerd als wreed is, dan wel Naam en Woord om de poorten van ons eigen binnenste zijn te benoemen. Of U zal verdreven worden door wetenschappelijk bewijs, dan wel voor altijd aanwezig zult zijn in ons midden in uw christelijke of in een andere vorm …

Wat U ook bent. Of wat ook niet. (Al geloof ik zelf dan steevast in de tweede van bovenstaande duo’s hypotheses)
De Liefde. Een eeuwigdurend verbond?
De Liefde. Neemt, (deelt,)  en eet hiervan gij allen?
De Liefde. In ieder van ons?
De Liefde. HEER?

Bent u ‘de Heer’ omdat U aanspreken als ‘lieve God’ me te belachelijk zou lijken? Bent u de Heer omdat de mensen U per se willen kunnen aanspreken als een Oppersoortgenoot? Bent u de Heer omdat het ons oncomfortabel voorkomt tegen krachten zonder gezicht te praten?

U bent het verbond, het geluk, de liefde, de kracht. U bent wat ons bindt.
En luisterend fluisteren kruinen mee.

Gelukkig zijn is gelukkig maken. En ik geloof.

Njah.

Wie had ooit gedacht dat dat dan toch zo moeilijk zou zijn.

Wanneer wijken steden worden, sluipt ook daar eenzaamheid door elke spleet de huizen binnen, door elke porie de ziel. De Stommiteit van de ander die mijn GELUK doorkruiste, doorkruist het GELUK van de ander. Die doorkruising doorkruist weerom mijn GELUK.
Dan is het makkelijker om in stilte te spreken. ALLES laat zich doorkruisen, maar de stilte die te vatten valt in drie enkele puntjes niet:

Ook al redde ik hen van die spin met reusachtige poten en die twee wespen die wij Bobby en Robby doopten, zij bleven mij niet trouw. HEER, waarom hebt Gij mij verlaten?

Vergeef mij Heer, want het is zwaar geluk te houden én te geven.
Vergeef mij Heer, want ik heb dubbel gefaald.
Vergeef mij Heer, want ik begrijp niet – en dat zal ik misschien wel nooit … Waarom toch? WAAROM is ons bestaan zo vervuld van twijfel, Heer? En is de vrede in oorlogsgebeid dan werkelijk even onmogelijk als nooit met Iemand te botsen?





Maar zou ik het echt anders willen?

27 07 2009

Het is vandaag zomer, de zon schijnt, zwoele terrasavonden kondigen zich aan, het is slechts wachten op een uitnodiging, ook van mezelf, terwijl verdrink ik mij in boeken … Het is zo’n moment om mijn blog te vullen met melancholische zinnen vol verlangen naar … 

Het voelt aan als een tijd. Een tijd om in toetsenborden te kruipen. Een tijd om op zoek te gaan naar woorden die het onvatbare willen vatten. De wereld is verwarrend, ja. Maar zou ik het echt anders willen? 

De VDS'ers - instructoren én cursisten - zijn opgeklommen tot dé sterren van mijn leven, fonkelend, schitterend, stralend.

De VDS'ers - instructoren én cursisten - zijn opgeklommen tot dé sterren van mijn leven, fonkelend, schitterend, stralend.

De voorbije week bonkte mijn hart van dankbaar geluk. De Vlaamse Dienst Speelpleinwerk heeft zich – samen met de Leuvense speelpleinwerkingen - naar het centrum van mijn engagementen gewrongen. De VDS’ers – instructoren én cursisten – zijn opgeklommen tot dé sterren van mijn leven, fonkelend, schitterend, stralend. Mijn hemel is het paradijs. Mijn hemel is één fel Licht. Ach, wat zou ik zonder? Elf briefjes naar elf mede-instructoren wachten om geschreven te worden. Elfmaal verwoorden wat een heerlijkheid het is, wat een zege. Groeien als mens, groeien als instructor, als jeugdwerker in het algemeen. jezelf en anderen tegenkomen. En zo intens genieten.

 Terzelfdertijd bleken de voorbije dagen deel van de week waarin mijn politieke droom een nieuwe, ditmaal extra harde, klap kreeg. Ik ben fan Vande Frank. De visie Vande Frank lijkt de mijne. De politiek Vande Frank lijkt de politiek waarin ik geloof. Het staatsmanschap en de onderwijsplannen Vande Frank zitten diep verankerd in mijn dwaze tienerhart. “Hoe kan ze?” galmt het in mijn hoofd. “Waarom?” … Ik vind geen antwoord op mijn vragen. De verkiezingsnederlaag van 2007 kon ik kaderen, de bocht die de partij daarna leek te nemen, weg van waar ik mezelf positioneerde, begreep ik au fond ook wel. Maar dit? Ik slaag er al niet in het uit te leggen aan mezelf, hoe zou ik het dan ooit nog kunnen uitleggen aan de andere kiezers in dit land? Frank was in het reeds langgepasseerde 2004 de eerste man die me de woorden ‘zo wil ik ook worden’ ontlokte, ‘dat wil ik ook doen!’. Frank was het enige motief om tussen 2007 en vandaag aan boord van het sp.a-schip te blijven. Frank was mijn enige reden om Vlaams op sp.a te stemmen, het was de enige reden dat ik in Vlaams-Brabant de sp.a boven SLP en Groen! wilde positioneren. Pascal Smet is ook voor mij de meest geschikte Brussel-minister als de SP.a hem moet leveren. Maar Frank?! Ingrid Lieten vind ik geen slechte zaak. Maar Frank?! En ook Freya mag van mij opnieuw het voorplan kleuren. Maar Frank?!

STOP!
Mijn onbegrip versleepte twee weken geleden toen ik aan bovenstaande cursieve woorden begon mijn focus al, van het Genot naar de Teleurstelling. Halsstarrig blijf ik doorgaan. Halsstarrig blijf ik zoeken. She broke my heart. Ik wil het prevelen. Ik wil dat het dramatisch klinkt. Ik wil het geloven. En ik wil dat zij het voelt. Zij! CG. Zo blijf ik weigeren mijn politieke ziel en hart in een coma te doen verglijden. Hoe kan één gefrustreerde vrouw mijn geloof in sociaal-democratie zo’n uppercut verkopen? Hoe kan zij wat ik beschouwde als de kans op een revival van die partij die ik dan toch niet langer de mijne wens te noemen, vergooien? Hoe kan het dat ik dan toch nog medeplichtig zal zijn aan elk doemscénario wanneer ik weiger me bij de beslissing die mijn politieke hart brak neer te leggen? Hoe kan het dat ik riskeer beschuldigt te worden van selffulfilling prophecy. Want haar keuze massaal afkeuren zàl mijn voorspelling dat het de partij niet zal redden waarmaken. Is het misschien tijd dat ik mijn politieke hart en ziel in een coma durf laten verglijden? Dat ik mezelf loskoppel van de machine die me uit die politiek coma houdt?

STOP!
Twee jaar lang heb ik getast in het donker. Mijn politieke visie die ik achtereenvolgens en door elkaar met allerlei namen gaande van links-liberalisme tot christen-democratisch ecologisme heb benoemd was voor mezelf standvastiger dan ooit. Twee jaar lang heb ik vanuit de rode partij de andere gezocht. Twee jaar na het ontstaan van de eerste barst in mijn geloof in mijn partij, vijf jaar en een half na het begin van mijn lidmaatschap van de socialistische partij . anders hapert mijn partijgeloof. Mijn partijengeloof. Mijn geloof in politiek houdt stand.

STOP!
Ik heb mezelf de dure eed gezworen slecht aan politiek te doen wanneer ik dat op een eerlijke manier kon. De keuze die ik zo vreesde, de keuze tussen mijn naast elkaar bestaande passies – speelplein-VDS; toneel; politiek … Die keuze lijkt zich uiteindelijk zélf te maken. Ik vrees ze niet langer. De vaandel van democratie en eerlijkheid dragen binnen een partij, waar een regeerprogramma democratisch (en helaaslijk in mijn afwezigheid) wordt goedgekeurd, maar waar de keuze van de uitvoerders van dat gezamenlijk gesteund programma in handen ligt van één enkel iemand … met het gekende nefaste gevolg … ik kan het niet. Of juister: ik wíl het niet. Haar waarom verandert voor zover het mij inmiddels bekend is niets aan de zaak. Argumenten als “Frank maakte het te bont; er is een verschil tussen gelijk hebben en de andere daar ook van kunnen overtuigen” en “Vandenbroucke focust op doelgroepen, terwijl de Stevaert-Gennez-doctrine een (duurder) socialisme wil dat een directe impact heeft op iedereen” sterken me enkel in mijn overtuiging, net als de afwezigheid van Vandenbroucke op het krokodillentheekransje begin juli. Ik begrijp dat de partij nood heeft aan eensgezindheid. Ik weet dat ik haar die nu niet wil brengen. Na een te zwak generatiepact I en het uitblijven van een generatiepact II, na een JohanLievens-vakbondsaanvaring binnen animo na de verkiezingen van 2007, na de steun aan de staking vorige herfst toen de economische crisis zich nog aan het ontpoppen was, geeft uiteindelijk de politieke moord op mijn politiek idool en gedurende lange tijd mijn enige reden om lid te blijven de doorslag: ik wíl niet langer deel zijn van zo’n partij. Ik kan enkel hopen dat Pascal Smets beleid mijn ongelijk bewijst. Hopen, vanaan de zijlijn. Misschien blijkt het punt dat ik nu wil zetten – slechts drie brievan van mij verwijderd: één brief naar Frank Vandenbroucke met mijn bewondering, één brief naar Caroline Gennez met mijn lidkaart en mijn teleurstelling, en één brief naar animo met mijn lidkaart en mijn politieke dromen - misschien blijkt dat punt onder vijf jaar Geloven in één bepaald pad waarop ik mijn politieke visie wilde doen wandelen … misschien blijkt dat punt op een dag een komma …

STOP STOP STOP!
Genoeg. Zoals deze maand voor het eerst is voorgekomen. Zoals deze maand meermaals is voorgekomen. Ook nu: genoeg. Voor het eerst in mijn tienerleven lijkt er mij even genoeg gezegd over politiek.

Het is vandaag zomer, de zon schijnt, zwoele terrasavonden kondigen zich aan, het is slechts wachten op een uitnodiging, ook van mezelf, terwijl verdrink ik mij in boeken … Het is zo’n moment om mijn blog te vullen met melancholische zinnen vol verlangen naar …

Al drie weken lang zit ik in een never ending trip. Ik zet mijn hoofd klem tussen trapleuningen, loop een week in een marcelleke en draag sjorkoord-bretellen op een speelplein dat ik nog niet kende, ik huppel door het leven en zing van ’speelplein Popu-liereh!’, ik heb nachtelijke gesprekken over T & I tot de zon en mijn glimlach weer opkomen, ik schrijf hartjesballonnen met complimenten, ik ontdek El Crème Glace Ques en word spontaan verliefd, ik reis naar Brussel voor een avondje Harry Potter met ‘Londerzeel’, ik voel me zelfzekerder dan ooit in de afgelopen vijf jaar, ik kweek ambities in de speelpleinwereld, ik dans fout, ik zing vals, ik lach … écht. en bovenal … I’m so deeply in love. Ik ben zo dol op elk van mijn Vrienden, dat het wel met die woorden gezegd dient.

Het is vandaag zomer, de zon schijnt, zwoele terrasavonden kondigen zich aan, het is slechts wachten op een uitnodiging, ook van mezelf, terwijl verdrink ik mij in boeken … Het is zo’n moment om mijn blog te vullen met melancholische zinnen vol verlangen naar … Méér.

 zomer 2009 - klapkrokkentripje





Jasonrijm.

12 04 2009
~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~
Jason I

De woordenvloed
van woorden
Die ik eerder al eens hoorde
maar dan uit mijn (eigen) mond

Ze raakt me niet
ze dempt me niet
ze is geen bron voor mijn verdriet

De woordenvloed
van woorden
Weet dat het niet stoorde
omdat ik het verstond

Ook ik braakte ooit woorden
woord na woord
keer op keer.
toen vond ik geen woorden meer

Jouw woordenvloed
heeft mijn woordenbloed
weer doen koken

Bedankt
en ik hou van jongens die roken …

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

Jason II

Zijn halfnaakte
zongebruinde lijf
dat geurloos over mijn scherm glijdt

De volle honderd
kilometer
is alles wat ons scheidt

Slechts te overwinnen
met een slecht
gestolen webcambeeld

Het wijnglas
dat zacht
zijn warme lippen streelt

En dan zijn speelse blikken
die me in zijn wijn doen verslikken

Even
heel heel even
Zou ik echt alles geven
om die sigaret te zijn …

Dat ik vlam vatte aan zijn lippen.~

~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~~

(Geschreven in de herfst van 2007)





Poëziexperiment

4 04 2009

Ik voel mij moe
ter dege geblust
mijn leven de lust
ontnomen.

Hard pompt het hart
het bloed door me heen
de eenzaamheid alleen
gekomen.





Hoe zou het zijn met … Johan Lievens?

28 03 2009
Een half jaar na mijn afscheid als hoofdredacteur van schoolkrant KaffeeID vroeg mijn opvolger me of ik een interview als oud-leerling wilde geven. “Met graagte!” was mijn antwoord, want ik zag er een kans in de gevoelens die ik in de laatste maand van mijn ‘leven in het Heilige Drievuldigheidscollege’ ongeventileerd had opgeslagen in mijn onderbuik met een gekalmeerde tongval naar buiten te brengen …

~~~ ~~~ ~~~ ~~~

Hoe zou het zijn met…

We vroegen ons af hoe onze allereerste hoofdredacteur het zou stellen.
We zochten hem op en spraken met hem.

Hoe kijk je terug op je schoolcarrière in het HDC? Ben je tevreden dat ze gedaan is?
JOHAN LIEVENS:
Ik ben tevreden dat mijn carrière in het HDC achter de rug is, dat is absoluut zeker. Dat wil niet zeggen dat ik het er niet naar m’n zin heb gehad. Ik heb enorm veel geleerd in het HDC. En daar bedoel ik in eerste instantie niet de leerstof mee, want uiteindelijk vergeet je het merendeel toch. Neen, ik heb in het HDC geleerd – en ik kan me voorstellen dat dat een beetje vreemd klinkt – hoe belangrijk het is te durven dromen en te durven liefhebben. Van het moment in mijn vierde middelbaar dat ik het initiatief mocht nemen om met de pastorale werkgroep de leerlingen van onze school in een bundel hun steun te laten betuigen voor de ouders van de toen vermoorde Joe Van Holsbeeck, tot de bedanking die wij op de laatste avond van onze Griekenlandreis hebben georganiseerd … Ik heb in het HDC heel veel intense momenten beleefd, waarbij ik bepaalde dromen heb nagestreefd en kansen heb willen grijpen. Uit die ervaringen en vooral uit het contact met bepaalde mee-dromende leerlingen en enkele gelovende leerkrachten heb ik enorm veel levenskracht geput, denk ik. Caroline Dewallens, Hugo Dupont, Pierre Roelens … en nog zoveel meer personeelsleden van het HDC. Het zijn allemaal een beetje helden voor me omdat ze – in het realiseren van hun eigen droom, want ik geloof dat dag in dag uit voor een klas staan en àlles geven om bij leerlingen kennis en karakter te kweken niet anders dan een droom kan zijn – mij hebben getoond en geleerd te dromen, mij hebben geleerd mens te zijn.

Mocht je mogen herbeginnen, zou je het dan anders gedaan hebben?
JOHAN LIEVENS:
Van een aantal dingen die gebeurd zijn op het HDC, heb ik spijt. Aan het eind van mijn derde middelbaar heb ik in mijn klas – en gezien de perfecte roddelstructuren in feite voor heel de school – bekend dat ik op jongens verliefd word en niet op meisjes. Als ik daar nu op terugkijk, besef ik hoe ik mezelf toen eigenlijk overroepen heb. Eigenlijk is het geslacht waarop ik verliefd word, niet zo relevant. Natuurlijk vind ik het belangrijk dat mensen mij aanvaarden zoals ik ben, en dat ik op jongens val is een deel van wie ik ben, maar ik ben véél méér dan dat. Ik heb dat detail toen opgeblazen. Dat zou ik niet opnieuw doen. Misschien was ik zonder al die openheid wel gelukkiger geweest. Misschien had ik een plaats opgeëist in het bestuur van de leerlingenraad. Misschien had ik zoveel meer …

Iets anders waar ik spijt van heb – en des te meer – is ‘mijn’ laatste nummer van KaffeeID (het derde nummer van de eerste jaargang zorgde voor nogal wat ophef bij directie, leerkrachten en de MOS omwille van enkele rebelse artikels, nvdr.). Ik wilde aan échte journalistiek doen, ik wilde een kritisch en eerlijk nummer maken. Daarbij heb ik een aantal grenzen van redelijkheid en eerlijkheid overschreden. Het had net van goede journalistiek getuigd positiever te berichten, wat ook in de échte kranten maar al te vaak ontbreekt. Het spijt me vooral dat we de MOS, een werking die ik bewonder en waarvan ik de idealen steun, toen hebben afgebroken. Dat was ook helemaal niet de bedoeling. De geschokte reacties van de mensen van MOS kwam voor mij als een totale verrassing. Ik weet niet hoe ik zo stom heb kunnen zijn mijn eigen negatieve berichtgeving niet beter in te schatten, niet beter te nuanceren. Die aanvaring met Karen Bosqué, Paul Vereecke en Roland Thonnon heeft me toen pijn gedaan, net als mijn aanvaring met de directeur. Van onze artikels over hem wist ik wél dat ze negatief waren en dat was zelfs bewust zo. Nog steeds geloof ik dat de directeur minpunten heeft en dat hij daar meer aan zou kunnen werken, maar wat ik toen niet heb gezien en niet heb willen zien, is dat Patrick Segaert au fond met de juiste bedoelingen op zijn directeursstoel zit. Ik geloof in hem en het spijt me dat ik, toen ik zelf nog op het HDC zat, nooit de kans heb gekregen of gegeven om sàmen met hem dingen te bereiken waar iedereen beter van had kunnen worden.

Ben je tevreden dat je hoofdredacteur van KaffeeID bent geweest?
JOHAN LIEVENS:  Ja, absoluut. KaffeeID heeft me heel veel werk, drukte en last bezorgd. Soms had ik het gevoel zowel tegen de directie als tegen mijn ouders, die er automatisch van uitgingen dat in een conflict met de directie die laatste wel gelijk zou hebben, te moeten opboksen. KaffeeID heeft me pijn gedaan en meer stress opgeleverd dan normaal of zelfs gezond is voor een achttienjarige, maar uiteindelijk heb ik ook intens genoten van de samenwerking met leerkrachten, leerlingen én directie. Ik ben een erg belangrijke ervaring rijker, niet in de laatste plaats op sociaal vlak. Ik ben trots op wat ‘mijn’ redactie heeft gerealiseerd en ik ben des te trotser in het besef dat KaffeeID ook na mijn afscheid van het HDC blijft bestaan.

Verloopt het leven na de middelbare school naar wens of is het toch iets anders dan verwacht?
JOHAN LIEVENS:
Goh, ik had het mij ergens wel anders voorgesteld dan het tot nu toe is geweest. Ik heb één maand aan de UGent gestudeerd en besefte toen dat ik veel gelukkiger was in Leuven, dicht bij mijn vrienden en engagementen. Halfweg november ben ik dan van universiteit veranderd en sindsdien studeer ik aan de KULeuven. Ondanks mijn late overstap ben ik volledig geslaagd. Dat alles had ik ongetwijfeld een jaar geleden niet verwacht.

Les in een groep van zeshonderd man is wel leuk, maar soms mis ik de persoonlijkheid van een klas van 25 leerlingen. Ik vind het trouwens wel opvallend dat bepaalde leerkrachten op het HDC sneller leerstof zagen dan bepaalde professoren aan de universiteit. Dat is zeker geen algemene regel, maar ik denk toch aan één leerkracht in het bijzonder die – als wij het lestempo niet wat hadden proberen af te remmen – haast meer leerstof had gezien dan voor bepaalde vakken aan de universiteit het geval is.

Wat raad je de nieuwe mensen in het HDC aan?
JOHAN LIEVENS: Niets eigenlijk. Ik heb geen bovenmenselijke ervaringen opgedaan in het HDC. Als de leerlingen van het HDC raad willen, als ze iets willen leren, dan moeten ze dan niet van mij, maar van elkaar doen en dan van de leerkrachten. Die worden er niet alleen voor betaald, maar ze hebben er ook nog eens de passie, de liefde en de kracht voor. Want al is iedereen in het HDC (soms verdomd) menselijk, er zijn mensen die ik enorm bewonder om hun levenskracht, hun enthousiasme en hun dromen. Jullie, de leerlingen, zijn een deel van die dromen en mògen van die levenskracht proeven. Als ik dan toch één raad moet geven, dan luidt die: geniet en leer ervan.





Geschreven Geluk.

12 02 2009

De wereld is vol geschreven woorden.

Mensen brullen. Meningen in even korte als kortzichtige reacties op krantenartikels alsof lezersrubrieken in krantenrubrieken er al net zo aantoe zijn als actuele aandeelhoudersvergaderingen. Andere mensen reageren op de reacties van de eerste brulapen via andere media met een soms eigenaardig gelijkaardige methode: het geschreven woord en een korte bocht hier en daar, waarvan de stelling dat ‘rechtse flaminganten’ per definitie bron van kortzichtigheid zijn (dan wel de énige schrijvers ervan) slechts een mooi voorbeeld is.

Mensen bloggen. Ik blog, jij blogt, Bert blogt. Ministeriële weblogs bieden een hogere nieuwswaarde dan het beleid van de minister in kwestie zelf. [Een aanslag op de rust binnen mijn partij, een aanslag op de zoektocht naar rust van mensen wiens lijden groter is dan ik meen te kunnen vatten, een aanslag op de noodzakelijke geruststellende houding van de regeringen van ons land jegens BNP-Parisbas en de Nederlandse Staat.] Andere mensen reageren op de blogberichten van de eerste politicus via hun eigen weblog met een soms eigenaardig gelijkaardige methode – of hoe tsjevenpraat en links-liberale-sossen-praat uit sommige monden toch bijna hetzelfde klinkt – in de (deels ongetwijfeld correcte) overtuiging dat een minister bedachtzamer dient om te gaan met zulke media dan een parlementslid met dezelfde  naam (en hetzelfde bloed) van onze Brabantse eerste minister.

Ik schrijf ook. Ik schrijf en ik neem me voor te zullen schrijven. Mijn woordenvloeiselarij blijft niet beperkt tot Romantische mailberichten waarin ik harten vang die ik – eens gevangen - roekeloos lijk te willen breken; ik richt me ook tegen lezersreacties in de niet-kwaliteitskranten – voor zover het label kwaliteitskrant een Belgische krant toekomt; ik richt me ook tegen de, naar ik meen, dwaasheden van ministers als Bert Anciaux die er persoonlijk voor zorgen dat ik na twijfel aan de opinie van de linkerzijde van de partij waar ik nog steeds een lidkaart van bezit, ook twijfel voel groeien aan de invulling van de centrumzijde ervan; ik ga ook zo nu en dan korter door de bocht dan iemand die zichzelf serieus neemt – en ik neem mezelf serieus, duuuuh! – past. (al vraag ik me soms af of ik bij het schrijven van mijn blogberichten niet meer bedachtzaamheid aan de dag leg dan onze minister van Jeugd, Sport en Cultuur)

Zo schrijven wij. Wij. De lezers van HLN.be, de facebookende lezers van de lezers van HLN.be, de bloggende lezers van de facebookende lezers van de lezers van HLN.be; de bloggende ministers, de over bloggende ministers bloggende parlementsleden, de over bloggende ministers bloggende parlementsleden bloggende bloggers. En tussen al dat geschrijf door, schreef op een donderdag begin februari een moedige moeder, van wie ik aanneem dat ze noch facebookende, noch bloggende is, een brief naar Le Soir, die ondanks mijn na de verkiezingen van 2007 gegroeide twijfel over de terechtheid van het kwaliteitsgehalte van die krant, plaats gaf aan de intense woorden van deze moeder.

Sommige mensen lezen we een leven lang. In hun blikken, in hun woorden, in hun aanwezigheid en – als het ware tussen de regels van hun tekstuele leven door – in hun afwezigheid. Voor het lezen van een mensenleven krijgen we te vaak pas bewondering als het uitgelezen is. Als uitgelezen kansen reeds voorbij zijn. Deze Franstalige moeder las ik op één kwartiertje. In dat ene kwartier heb ik bewondering voor haar gekregen. Voor haar woorden, voor haar zijn en voor haar geloof. Een geloof dat ze evenwel nergens als dusdanig – als geloof - benoemt. Een geloof dat ik slechts geloof noem omdat het aansluit bij wat ik, die mezelf nog steeds Rooms-Katholiek noem, geloof …

Nog voor het land alweer begon te vergeten welk gruwelijk drama zich in Dendermonde voltrok … [Want vergeten zal het land. Zoals ook elk jaar op 12 april de wereld gewoon verder draait en de mensheid gewoon leeft, vergeten dat op die dag in 2006 in Brussel-Centraal een jongen het leven liet voor een elektronische prul; zoals  de wereld op 26 december zichzelf verder volgiet met de schuimwijn die zo aangenaam bij de feestdagen past, of moppert over het opruimwerk van the Day after Christmas, vergeten dat op die dag in 2006 duizenden mensenlevens werden verzwolgen ...]
Terwijl de verbijstering der Belgen nog vers was en doorzinderde in de pers van de gehele westerse wereld; terwijl her en der - in reacties op HLN.be, op facebook, op weblogs … – haat werd gepredikt en voor herinvoering van de doodstraf  werd gepleit, vond een moeder de kracht de lezers van Le Soir, waaronder die ene dag ikzelf, te vertellen over de zelfmoord van haar zoon Quentin, die schizofreen was en – alzo – haar steun toe te dragen aan de getroffenen van het drama in Dendermonde, inclusief de ouders van Kim, van wie de dag voordien in de krant was beweerd dat ook hij schizofreen zou zijn.

[...]

Quentin n’a fait de mal qu’à lui-même, mais il est mon enfant et ma douleur est immense. Voilà pourquoi ma compassion va autant vers les parents des victimes que vers les parents de Kim.

Vous me direz, tout cela n’est qu’un constat fataliste. Je ne le crois pas, c’est la réalité simplement. Je ne détiens aucune vérité, ni aucune formule magique. Je crois seulement qu’il faut trouver au fond de nous-mêmes ce qu’il y a de meuilleur et l’offrir à ceux qui veulent bien le recevoir. C’est ce que j’ai tenté de faire aujourd’hui avec toutes mes limites et mes imperfections.

Je crois aussi qu’il faut pouvoir pardonner, c’est-à-dire donner pardelà la douleur, voir, au-delà de sa propre peine, les limites de celui qui vous a fait souffrir.

J’ai conscience que mes propos sont presque insoutenables.

Et pourtant, j’ai pardonné à Quentin de nous avoir laissés, comme je lui ai demandé pardon de ne pas l’avoir compris.

“Denk je dat je geluk moet afdwingen?” vroeg L. me vannacht.
“Neen,” zei ik, “ik denk het niet. Ik denk dat je geluk moet Geloven. En dat je soms wat geluk nodig hebt om gelukkig te kunnen zijn …”
Wat ik bedoelde? Wat ik voelde? Ik bedoelde wat een Franstalige moeder me op donderdag 5 februari 2009 liet weten, en wat ik zo herkenbaar vond dat ik de woorden wil blijven lezen en ze wil inschrijven tussen de regels van mijn eigen leven: “Qu’il faut trouver au fond de nous-mêmes ce qu’il y a de meuilleur et l’offrir à ceux qui veulent bien le recevoir.”
Être heureux? C’est vouloir bien recevoir le meuilleur qui nous est offert. Et c’est trouver et offrir à son tour.





… in 2009

1 01 2009

Ik schrijf mijn eerste boek …

Ik rook mijn eerste sigaret en mijn eerste sigaar …

Ik word voor het eerst in twee en een half jaar weer verliefd …

Ik rond met mijn intrede in een nieuw kot, een zuivere eerste zit, mijn uitschrijving bij het VRG-Gent en mijn inschrijving bij het VRG mijn overstap van Gent naar Leuven af …

Ik sta meer weken dan ooit tevoren op het speelplein …
[weliswaar enkel en alleen in het geval van een zuivere eerste zit]

Ik leg een ster van een jongen mijn geloof in links-liberalisme uit …

Ik word opnieuw lid van een politieke vereniging …
[niet automatisch een vereniging van links-liberale strekking]

Ik lees Spiegeljongen …
[nu al met bijna zekerheid het beste boek dat 2009 me zal bieden]

Ik neem voor het eerst deel aan de democratie …

Ik doe iets aan mijn haar …

Ik ga meer zwemmen …

Ik bekijk Loft en Blinker met enige vertraging … 

Ik onderga een zangtest bij de prins van de herfst …

Ik ga minstens (!) één keer naar Parijs …

Ik wil liftend op vakantie …

Ik ga voor het eerst bloed geven …

… in 2009.





In 2008 …

26 12 2008
[de maanden hebben veelal slechts betrekking op de hoofdpunten, die ik slechts met 'hoofdpunt' benoemd omdat ze de kapstokken zijn waaraan de andere - vaak in andere maanden plaatshebbende -punten zijn opgehangen. ze zijn noch belangrijker, noch onbelangrijker dan de punten die ik eraan verbind]

Januari

… begon ik het jaar met het neerschrijven van verwachten voor mezelf en twee fijne vriendinnen; verwachtingen die we dra zullen herlezen

… bezocht ik voor het laatst mijn gesprekspartner (V) in Sint-Amands

Februari

… werd ik deel van de Vlaamse Dienst Speelpleinwerk

… leerde ik alzo onnoemelijk veel onnoemelijk fijne mensen – vrienden. - kennen

… leerde ik zo dat je niet alles kan, en sommige dingen stap voor stap moet leren

… koos ik ervoor rechten te gaan studeren, volgens de redenering dat de VDS mijn animatief-pedagogisch-vormend interesseveld zou dekken, waardoor mijn studies zonder problemen mijn politiek-juridisch-saai passiegebied voor hun rekening konden nemen

… bleek dat de juiste keuze

April

… koos ik ervoor in Gent en aan de UGent te gaan studeren, volgens de redenering zonder reden, zonder redenering, ter invulling van een radeloze poging tot ontsnappen aan co-ouderschap en de illusionele belofte van Nieuwe Tijden die schuilt in het Gentse land (en die schuilde in de stem van Stijn de Overtuiger, which I’m blaming him for)

… bleek dat de foute keuze

… was de keuze voor Gent in zeker opzicht een erg nuttige, leerrijke vergissing

Mei

… werd ik meerderjarig

… liet ik me registreren als kandidaat-orgaan-donor

 … ontdekte ik de geneugte van het zwemmen in een (succesvolle) poging mijn hoofd leeg te maken na de ‘onregelmatigheden’ op school

Juni

… studeerde ik af in het Heilige Drievuldigheidscollege

… schreef ik een anonieme brief naar de directie van datzelfde college om het wanbeleid rond Chrysostemos aan te klagen

… ging ik met lage verwachtingen op eindejaarsreis naar Griekenland, waar ik het niet kon laten Johaniaanse stress op te wekken die me uiteindelijk dé avond van het jaar bezorgde

… runde ik mijn schoolkrant, die bovenal onze schoolkrant was; bedankte ik mijn hoofdredactie, die bovenal mijn vrienden waren met Cuvée-ID-schuimwijn; schreef ik een belachelijk dik (en daardoor niet erg nuttig) draaiboek ter verzekering van opvolging; en liet ik mijn geesteskind achter in de armen van de bekwame toekomst

Juli

… slaagde ik met glans voor mijn hyperstresserende hoofdanimatorstage op het speelplein

… stapte ik in de stuurgroep van mijn speelplein

… vroeg ik schepen Karin Brouwers volgende zomer op het speelplein te komen meedraaien

… ging ik mijn speelpleincollegae echt graag zien

… verbrandde ik mijn rechterflank op het strand

… werd ik voor het eerst nonkel, van Anaïs, mijn allermooiste nichtje

Augustus

… ontdekte ik Berlijn

… ontdekte ik de oevers van de Leie

September-oktober

… bezocht ik voor het eerst in 5 jaar een pretpark (met een erg fijne jongen)

… werd ik Brabants-nationalistisch en zakten Oost- en West-Vlaams (als grove veralgemingen tot provinciale accenten) in mijn persoonlijke ‘favoriete accenten’-lijst van respectievelijk de eerste en de tweede naar de allerlaatste plaats

November

… maakte ik de inevidente keuze Gent en de UGent te verlaten en terug te keren naar mijn Leuven en de KULeuven

… leerde ik wat het is wanneer mensen er onbewust voor je zijn

… werd ik een tweede keer nonkel, van Noa, mijn allermooiste neefje

… werd ik voor het eerst in erg erg erg lange tijd gewaar nog in staat te zijn verliefd te worden [zonder het werkelijk te zijn]

Het hele jaar door

… vervreemdde ik verder dan ooit van de sp.a en animo; kreeg ik respect voor Yves Leterme en begrip voor de CD&V en haar politieke visie; zag het er even naar uit dat ik op de lijst van Groen! zou staan als onafhankelijke; crashte mijn achting voor spirit toen ze zichzelf omdoopten tot Vlaams Progressieven terwijl ikzelf LiLA (Links-Liberale Alliantie) zo’n goede nieuwe naam vond dat ik beloofde lid te zullen worden indien ze die (of een gelijkwaardige) juiste keuze maakten; groeide mijn bewondering voor (waarvan ik pas een tijd later merkte dat Prego wél een keuze had gemaakt die mij aanstond); schommelde mijn houding tegenover de VLD; juichte ik bij de splitsing van de twee resterende kartels in Nederlandstalig België; vernam ik vol enthousiasme de oprichting van LiDé; en bevonal hervond ik mijn geloof in de politiek, de redbaarheid van de wereld en de mogelijkheid van wereldvrede.

… forceerde ik voor het eerst in jaren mijn MSN-lijst onder de 100 contactpersonen en verschoof, na de voorafgaande werkelijke verschuiving, ook cybergewijs het evenwicht tussen personen die ik enkel kende omdat ze op mensen van hun eigen geslacht verliefd worden en mensen die ik op een grotere gemeenschappelijke basis had leren kennen, waardoor – voor het eerst sinds 2004 – heteroseksuele mensen weer een meerderheid vormden in àl mijn cyberlijsten (facebook, gsm en msn).

… gaf ik voor het eerst plasma.

… groeide mijn christelijke overtuiging en mijn geloof in de mensheid en de Liefde [waarmee ik eigenlijk drie keer hetzelfde zeg]

… groeide mijn zelfvertrouwen naar een peil waar het in vier jaar niet maar was geweest; en groeide mijn geluk

… besloot ik mijn naam voortaan uit te spreken als Jowan.

Een lijstje om het af te leren:

- Boek van het jaar: Noem me bij jouw naam van André Aciman, gevolgd door De naam van de roos van Umberto Eco.

- Vergissing van het jaar: Gent

- Vetste schijf van het jaar: Everytime We Touch van Cascada

- Film van het jaar: Mamma Mia

 

Een jaar van grote dromen

Gebotteld in een fles

Is tot haar eind gekomen

Een jaar van groot succes!

 

2008. Wat een jaar. Wat een jaar. Ik ben geen fan van lijstjes, geen fan van zinloos terugblikken … Maar even over mijn schouder terugkijken op de aarverschuiving des levens die 2008 is geweest, lijkt me niet zinloos. Althans, niet voor mezelf.

 {dit blogbericht bevat voorlopige, tot 31 december 2008 aan verandering onderhevige informatie — in geen enkel opzicht poogt bovenstaande exhaustief te zijn}