“En hoe voelt dat nu?” vragen ze me dan, “hoe voelt dat nu om twintig te zijn?” Alsof niet iedereen weet dat dat kleine verschil, dat die kleine stap tussen 23u59 op de laatste tienerdag van je leven en 00u00 op de eerste dag van je eenentwintigste levensjaar te verwaarlozen is, en eigenlijk helemaal niets betekent. Ik mocht al stemmen, ik was al te jong om op te komen voor de federale verkiezingen, ik mocht al autorijden, ik was al handelingsbekwaam en de wolken die op 11 mei de hemel sierden waren er op 10 mei ook. So no big deal. Er is geen knijt verandert, wat wilt u dat ik me anders voel?
Edoch. Hoewel ik me er volledig van bewust ben dat het an sich niets met mijn twintigste verjaardag te maken heeft, ontpopt er zich dezer dagen een gevoel in mijn binnenste dat ik uit pure gemakszucht – of symboliek, c’est comme tu veux – wel aan de levensjaarovergang wil verbinden. Omdat ik nu eenmaal periodiek denk, en periodes om afbakeningen vragen.
Het gevoel heet hoop. Of geluk. Of lente. What’s in a name?!
Zo
onaf
als dit bericht is
is ook mijn gevoel.
Want we zien wel.
We zien wel wat de volgende letters zijn
de volgende woorden. We zien wel.
We hebben tijd.
en dromen.
Wacht maar tot de 30 eraan komt. Mensen letten meer op leeftijd dan je denkt.